The Internship

Beoordeling:

Geplaatst: door Daan Snouck Hur...

In hun eerste samenwerking sinds Wedding Crashers spelen Owen Wilson en Vince Vaughn respectievelijk Nick en Billy, een duo goed gebekte horlogeverkopers die, jawel, door de tijd ingehaald zijn. Omdat volgens hun baas (John Goodman) niemand meer een horloge gebruikt maar gewoon op hun telefoon de tijd kunnen zien, worden de twee vrienden zonder pardon wegbezuinigd.

Tijdens hun banenjacht komen ze erachter dat in deze crisis tijden niemand meer zit te wachten op twee vlot babbelende maar diplomaloze herintreders en uit pure wanhoop schrijven de twee analoge fossielen zich in voor een stageplaats bij Google. Wonder boven wonder worden ze aangenomen en de twee vertrekken vol goede moed naar Silicon Valley, in volle overtuiging dat ze zich ook hier wel door heen kunnen lullen.

Daar aangekomen moeten ze concurreren met een leger aan studentikoze IT-hipsters die ook allemaal hun zinnen gezet hebben op die paar posities die beschikbaar zijn voor het beste team uit het stagetraject. Ze zijn compleet uit hun element. Als Nick en Billy willen winnen moeten ze hun groepje misfits (ook onder nerds worden sommige als laatste uitgekozen) bewijzen dat ze ondanks hun complete onwetendheid op computergebied waardige teamgenoten zijn en dat ze alleen door samenwerking de eindstreep kunnen halen.

Dat dit alles nogal cliché klinkt is begrijpelijk. Dat is het namelijk ook. Maar dat hoeft niet per se storend te zijn. Binnen de Frat Pack waren Wilson en Vaughn altijd al de minder veelzijdige acteurs, wiens kwaliteiten een solide omlijsting nodig hebben om tot recht te komen. Waar bijvoorbeeld Will Ferrell en Steve Carell in films als Stranger Than Fiction en Seeking A Friend For The End Of The World steeds meer hun veelzijdigheid toonden, leken Wilson en Vaugh juist te blijven hangen in gemakzuchtige, eendimensionale komedies waarin ze eigenlijk elke keer een (nauwelijks varierende) versie van zichzelf speelden.

Ondanks hun charismatische persona's hebben beide heren al sinds hun vorige samenwerking niet echt meer een deuk kunnen maken. Vooral bij Vince Vaughn begon duidelijk te worden dat hij echt maar één trucje had, met als pijnlijk dieptepunt het mislukte The Watch van vorig jaar. Het is daarom ook niet verbazend dat hij met The Internship teruggrijpt naar eerdere succesverhalen en de bromance van Wedding Crashers koppelt aan de sportfilmstructuur van zijn andere grote hit, Dodgeball.

Natuurlijk is originaliteit geen voorwaarde voor een leuke komedie, slechts een pré. Humor is daarentegen wel verplicht, en dat is nou net de zwakke schakel van The Internship. De film is gewoonweg niet grappig genoeg om het gerecyclede gegeven en de borderline-belegen schtick van de twee heren te compenseren. De film vertrouwt te gemakzuchtig op de bewezen snelvuur-chemie tussen de twee hoofdrolspelers maar het script verzuimt ze te voorzien van gedegen munitie.

Storender is echter nog hoe ongegeneerd het verhaal flirt met de conformistische bedrijfscultuur van mainstream America. Google wordt precies zo gepresenteerd hoe Google het zelf graag zou zien, als de eigenzinnige outsider tegenover de gevestigde orde. “De American Dream mag dan om zeep geholpen zijn, bij ons is hij nog springlevend!” lijkt de boodschap te zijn.

Google is echter allang niet meer een David, het is nu ondertussen zelf de alles dominerende Goliath. Waar het rebelse gedondersteen van Vaughn en Wilson zich vroeger juist keerde tegen de heilige huisjes, staan ze in dit geval stevig in dienst van Het Systeem. Het hele uitgangspunt voelt hierdoor compleet achterhaald en misplaatst aan, wat veel goede wil vraagt van de kijker om er nog enige lol aan te beleven.

The Internship is echter geen complete mislukking. Oké, lang niet alle grappen komen aan en het is bij vlagen ontzettend gemakzuchtig allemaal, maar er valt zeker wat te lachen. Ondanks de overeenkomsten met Wedding Crashers en Dodgeball, en het leunen op reputatie van de twee hoofdrolspelers, is het opvallend dat de film probeert meer een komische speelfilm te zijn dan echt een komedie (en nee, dat komt niet door de minder dan ideale grapdichtheid).

Het blinde positivisme wat betreft De Boodschap mag dan irritant zijn, binnen het verhaal zelf zorgt dat er voor dat de boel genietbaar blijft. Juist bij de wat meer persoonlijke scènes en momenten waar het verhaal niet maar doordenderd naar de onvermijdelijke conclusie komen de kwaliteiten van beide heren weer een beetje boven borrelen. Het zou echter fijn zijn als hun volgende project niet weer aanvoelt alsof ze er hun bed niet eens voor uitgekomen zijn.

Trailer