Room

Beoordeling:

Geplaatst: door Elise van Dam

"Did they shrink it?", vraagt Jack aan zijn moeder als ze nog één keer de vierkante ruimte rondkijken waar zij zeven jaar en hij zijn hele vijfjarige leven zat opgesloten. Met Room verfilmde Lenny Abrahamson het gelijknamige boek van Emma Donoghue. Na het ongrijpbare Frank (waarin Michael Fassbender de hele film rondliep met een enorm hoofd van papier-maché) brengt Abrahamson een verhaal dat we - helaas - uit nieuwsberichten kennen, maar op een wijze die regelmatig verrast en ontroert.   

Voor Jack (Jacob Tremblay) bestaat enkel de wereld van Room. En die van televisie, maar die is niet echt. Wat echt is, is het vierkante dakraam, de slang van eierschalen die leeft onder het bed. Voor het slapengaan leest Ma (Brie Larson, die afgelopen zondag een Oscar won voor haar rol) hem voor uit The Count of Monte Cristo en Alice in Wonderland. Door het perspectief van Jack te kiezen voorkomt Abrahamson dat de film al te zwaarmoedig wordt. Sterker nog, het leven in Room heeft bij vlagen iets sprookjesachtigs door de ogen van Jack. In een dromerige voice-over horen we Jack zijn bestaan beschrijven: "There’s Room, there's outer space, then all the TV-planets, then heaven."

Niet dat Abrahamson de gruwelen van wat er in de ruimte gebeurt buiten beschouwing laat. 's Nachts moet Jack slapen in de kast en hoort hij hoe de stalen deur opent en Old Nick bij zijn moeder in bed stapt. Starend naar de kastdeur telt hij het kraken van het bed. De implicaties van wat hij hoort gaan aan hem, maar uiteraard niet aan ons, voorbij. Toch zijn dat zeldzame momenten. De film focust op de relatie tussen moeder en zoon, de innige liefde, maar ook de irritaties die tonen hoe verschillend hun beleving van Room is.

Want ondanks dat de twee dezelfde kleine ruimte delen is de wereld waarin ze leven een totaal andere. "I'm a dragon", zegt Jack als hij 's nachts al rookwolkjes ademend ontwaakt. "He cut the power again", zucht Ma. Waar voor Jack de wereld van Room zijn eigen onmetelijkheid heeft, daar is diezelfde wereld voor Ma een van gevangenis vol terreur en dreiging. En ze weet dat, wil ze uit deze kamer ontsnappen, ze Jack in haar wereld moet krijgen.

Larson en Tremblay zijn allebei fantastisch en geven Room een grote emotionele kracht zonder dat het ergens sentimenteel wordt. Vooral het eerste deel van de film is daardoor ijzersterk. Daar tegenover zijn de scènes in de buitenwereld een stuk conventioneler en de film valt dan vaker terug in bekende plooien. Of het zo bedoeld is door Abrahamson of niet, het maakt dat we - net als Jack - op momenten terug verlangen naar Room. Toeziend hoe Jack en Ma uit elkaar lijken te groeien begin je bijna te denken dat ze het misschien wel beter hadden daar in Room. Wat vooral bewijst hoe overtuigend Abrahamson ons de belevingswereld van Jack heeft ingezogen.

Toch wreekt dat perspectief zich ook een beetje in dat tweede deel. Want het is eigenlijk Ma die in dat deel de interessantste ontwikkeling doormaakt. Haar moeite zich terug te schikken in de wereld die ooit de hare was, maar naar nu blijkt gewoon is doorgegaan zonder haar. Haar schuldgevoel richting Jack. Want had ze hem niet eerder moeten laten gaan? Was het egoïsme dat haar daarvan weerhield? Het zijn complexe vraagstukken die wel worden gesuggereerd en soms zelfs benoemd, maar nooit uitgediept, omdat we blijven bij het perspectief van Jack.

Tegelijk geeft de blik van Jack de film zijn zeggingskracht. Vooral wanneer hij voor het eerst wordt geconfronteerd met de wereld buiten Room. In een ontsnapping die wel iets wegheeft van een geboorte wordt Jack van het een op andere moment overspoeld door de eindeloze lucht boven hem, de geluiden rond hem. De wereld buiten is chaotisch, helverlicht en ja, angstaanjagend. Om daarmee om te gaan zal Jack opnieuw een eigen, besloten wereldje moeten creëren. Zoals dat voor ons allen geldt. Want we denken wellicht dat absolute vrijheid het hoogste streven is, de waarheid is dat niets ons zo beangstigd als onmetelijkheid.

Trailer