Okja

Beoordeling:

Geplaatst: door Roy van der Lee

De huidige vleesindustrie is de grootste misdaad in de menselijke geschiedenis. Die opzienbarende uitspraak deed historicus Yuval Noah Harari een tijdje terug en vormt de kern van het betoog waarmee Rutger Bregman van De Correspondent dit voorjaar viraal ging. De heren lijken in de Zuid-Koreaanse regisseur Joon-ho Bong een opvallende medestander te hebben gevonden. Zijn nieuwst film Okja, nu te zien op Netflix, maakt namelijk gehakt van onze omgang met dieren.

2007. Een kwaadaardige firma onder leiding van Lucy Mirando (Tilda Swanton) heeft een supervarken ontwikkeld dat beter smaakt dan de natuurlijke variant. Omdat ze weet dat het volk geen gemuteerd vlees wil, bedenkt Mirando een pr-truck. Ze presenteert de nieuwe soort als een wonder der natuur en stuurt 26 biggetjes naar boeren in alle uithoeken van de wereld. Wie na tien jaar het grootste supervarken heeft, mag een dikke cheque komen ophalen in New York.

Een van die varkens is Okja, die een decennium later een zorgeloos bestaan leidt met haar baasje Mija. Het jonge meisje woont samen met haar opa in de hoge bergen van Zuid-Korea. Op een kwaaie dag staat Johnny Wilcox (Jake Gyllenhaal) echter op de stoep: een aan lager wal geraakte dierenvriend die namens Mirando hun product terugeist. In haar strijd om Okja te redden, ziet Mija zich gesteund door het militante Animal Liberation Front. Hun leider Jay (de onnavolgbare Paul Dano) wil Okja namelijk inzetten om Mirando te ontmaskeren als de dierenbeul die ze werkelijk is.

Dat is het vertrekpunt voor een film die constant van versnelling wisselt maar altijd de vaart erin houdt. In het eerste halfuur lijkt Okja nog het meest op een kinderfilm, niet veel later op een gitzwarte komedie, avonturenfilm of zelfs horror. Net als Bong's vorige project Snowpiercer is ook deze nieuwste een heerlijke mengelmoes van oosterse en westerse invloeden. Zo doet zeker het begin van Okja denken aan de Ghibli-animatiefilm My Neighbor Totoro en lijkt het personage van Gyllenhaal zó weggelopen uit een over-the-top Aziatische crimi. Daar tegenover staan knipoogjes naar bijvoorbeeld Reservoir Dogs en het Amerikaanse medialandschap.

De afgelopen jaren waagden talloze Aziatische regisseurs de oversteek naar Amerika in een zoektocht naar een groter publiek en het grote geld. Dat leverde vooralsnog vooral teleurstellingen op. De gevierde Oldboy-regisseur Chan-wook Park wist na het mislukte Stoker niet hoe snel hij terug moest naar Korea. En ook Bong's eigen Snowpiercer was geen groot succes. Met Okja zou hij nu wel eens de perfecte balans gevonden kunnen hebben tussen het duistere, excentrieke van de Aziatische cinema en het luchtige vermaak waar het Amerikaanse bioscooppubliek van smult. En dan weet hij nog een boodschap te verkondigen ook.

Want onderweg schopt regisseur en schrijver Bong vrolijk tegen alle schenen die hij raken kan. Van de hoge pief die alleen om het eigen imago geeft tot de zelfvoldane veganist tot de consument die zich eenvoudig laat voorliegen. En dan is er natuurlijk de vleesindustrie, die Bong tegen het einde van de film zelfs met de Holocaust lijk te vergelijken.   

Okja had met zijn budget van vijftig miljoen, sterrencast en spektakelwaarde absoluut niet misstaan in de bioscoop. Dat vonden ze ook in Cannes, waar boe-geroep klonk bij de première. Critici vonden het niet kunnen dat een film zonder bioscooprelease zomaar vertoond werd op het meest prestigieuze filmfestival ter wereld. Het leidde er zelfs toe dat de spelregels vanaf volgend jaar worden aangepast. Wie op het festival te zien wil zijn, móet in de Franse bioscopen draaien.

Wat kwaliteit betreft misstaat Okja echter allerminst op het hoogste podium. Want de tjokvolle film loopt over van de mooie beelden, geweldige personages, humor en slimme wendingen. Een avonturenfilm die écht aanzet tot nadenken. Met recht een uniek beestje.

Trailer