A Most Wanted Man

Geplaatst: door Elise van Dam

We zeggen vaak dat het goed is om soms in de fout te gaan, want van je fouten kun je leren. De vraag is in hoeverre we dat werkelijk doen. Of we niet veel vaker te koppig zijn te leren of ons laten verlammen door de angst opnieuw in dezelfde val te lopen. Of dat we als een soort Sisyphus veroordeeld zijn telkens dezelfde fout te maken. En misschien zelfs wel geloven dat we daarmee ooit een keer het goede bereiken. Dat we wel de steen bovenaan de berg krijgen. En dat daar dan de verlossing wacht.

A Most Wanted Man is een film waarin iedereen wordt geleid door de angst fouten uit het verleden te herhalen. In een ranzig en grauw Hamburg, waar elke kroeg nog steeds de sfeer van Anders Petersens roemruchte fotoboek Café Lehmitz ademt, geeft Günther Bachmann (Philip Seymour Hoffman) leiding aan een team van de Duitse geheime dienst.

Sinds de aanslagen van 11 september 2001 zijn de veiligheidsdiensten in opperste paraatheid en wanneer een half-Russische, half-Tsjetsjeense moslim genaamd Issa Karpov (Grigoriy Dobrygin) met een schimmig verleden in de straten van Hamburg verschijnt, duiken zowel de Amerikaanse als Duitse veiligheidsdiensten erop als haviken op hun prooi.

Een voor een verschijnen de pionnen op het schaakbord. Elk met een eigen in te lossen schuld. Mensenrechtenadvocate Annabel Richter (Rachel McAdams) zet zich af tegen de groeiende xenofobie en haar vader door te geloven in de onschuld van de immigrant.

Bankdirecteur Thomas Brue (Willem Dafoe) erfde van zijn vader niet alleen een bank maar ook zwart geld en een belofte aan de vader van Issa. CIA-agente Martha Sullivan (Robin Wright) moet de fouten van de Amerikaanse geheime diensten doen vergeten. En ook Bachmann heeft bagage. Zijn stationering in Hamburg is een straf voor een fuck-up uit het verleden die nog altijd zwaar op hem drukt.

Zonder Philip Seymour Hoffman was A Most Wanted Man nooit meer geworden dan een degelijke spionagethriller. De film haalt het niet bij de gelaagdheid van die andere recente John le Carré-verfilming Tinker Tailor Soldier Spy, waarmee Tomas Alfredson het genre een magistrale draai meegaf.

Anton Corbijn weet minder zijn stempel te drukken en maakt van A Most Wanted Man een spionagefilm volgens het boekje, gestoeld op intriges, dubbele bodems en paranoia en met de onvermijdelijke kommer en kwel van Europese personages gespeeld door Amerikanen die praten met een accent. Laten we het erop houden dat sommige acteurs daar beter mee weg komen dan anderen.

Met Hoffman heeft Corbijn echter een troef in handen. Acteren draait voor een groot deel om aanwezigheid, iets dat de in februari overleden acteur als geen ander begreep. Zijn Bachmann is een kettingrokende spion van de oude stempel, met een brommende stem en ogen die tegelijk vermoeid en onrustig de wereld in kijken.

Een man die zijn bureaucratische superieuren toebijt dat zij nooit bloed in de straten hebben zien vloeien en koppig vasthoudt aan briefjes in sigarettenpakjes en schimmige afspraken in morsige kroegen. Hij blijft hardnekkig trouw aan principes en idealen die een wereld fundeerden die al lang niet meer bestaat. 

Zoals vaak in het werk van Le Carré draait A Most Wanted Man om de botsing tussen loyaliteit aan oude idealen en het opportunisme van de technocraten. Om het zoeken naar de menselijkheid die verloren is geraakt ergens tussen het cynisme en de achterdocht.

De tragiek van Günther Bachmann is dat hij nog altijd gelooft in zijn eigen humaniteit, terwijl een scène als die waarin hij een jonge, nerveuze spion vaderlijk omhelst en tegelijk influistert dat er geen weg terug is, duidelijk maakt dat die menselijkheid slechts een voorwendsel is. Het maakt de worsteling van Bachmann even gedoemd als de onderneming van Sysiphus. Hij is zelf de belichaming geworden van de desillusie waar hij tegen vecht.