Legend

Beoordeling:

Geplaatst: door Daan Snouck Hur...

Alsof hij moet compenseren voor het feit dat zijn Max Rockatansky in Mad Max: Fury Road min of meer gereduceerd was tot een veredelde bijrol, speelt Tom Hardy in zijn volgende film maar liefst twee hoofdrollen. In Legend geeft hij gestalte aan zowel Ronnie als Reggie Kray, de beruchte boeventweeling die gedurende de swinging sixties met ijzeren vuist de onderwereld van Londen regeerde.

Los van hun unieke onderlinge band en fysieke gelijkenis verschilt het leven van de Kray broers echter bar weinig met dat van andere beroemde filmgangsters die we in honderd jaar Hollywood de revue hebben zien passeren, echt of fictief. Het is dus maar de vraag of de broers een film waard zijn, laat staan twee (hun leven werd in 1990 al eens verfilmd als The Krays, met Spandau Ballet's tweeling Martin en Gary Kemp in de hoofdrollen). Verfilming is tenslotte verheerlijking, maar met teveel verheerlijking komt verzadiging.

En verzadiging ligt op de loer bij Legend. Al in de eerste vijf minuten worden de nodige gangsterfilmclichés uit de kast getrokken wanneer we Reggie volgen naar het gesticht waar zijn broer vastzit. Ondersteund door de funky klanken van The Meters en slo-mo shots van stoerkijkende mannen in glimmende auto's wordt de toon gezet. Maar wel pas nadat onze hoofdpersoon is neergezet als het klassieke boefje-met-het-hart-van-goud door hem eerst de zus van één van zijn onderdanen tot een afspraakje te laten verleiden.

Deze zus is Francine Shea, toekomstige mevrouw Kray (Emily Browning, Pompeii) en het is haar gedoemde relatie met Reggie die de film afbakent. Wanneer zij Reggie ontmoet, staan de broers net op het punt Londen over te nemen en zij is al snel betoverd door de status die de tweeling geniet in de stad, en dan vooral in hun eigen buurt East End. De Krays runnen nachtclubs, hebben geld en hangen met beroemdheden. Wat zij niet ziet maar wel vermoedt is de eigenlijke manier waarop al die rijkdommen vergaard worden. Ze probeert haar man op het goede pad te krijgen, maar wordt tegengewerkt door de psychopathische Ronnie en kan niet anders dan toezien hoe de broers hun voorspelbare ondergang tegemoet gaan.

Zoals gezegd, vanaf de openingsscène stapelen de clichés zich op en de film worstelt om meer te zijn dan de standaard opkomst-neergang vertelling die we ondertussen al zo goed kennen van genreklassiekers als Goodfellas en The Long Good Friday. Regisseur-scenarist Brian Helgeland, die met L.A. Confidential een origineel en vakkundig gelaagd misdaadepos afleverde, lijkt de geschikte kandidaat om wat meer diepgang en afwisseling in het geheel aan te brengen. De regisseur heeft klaarblijkelijk niet kunnen kiezen wat voor film hij nou eigenlijk wilde maken; duistere misdaadkomedie, vlotte jongensdroom of psychologisch drama. Deze besluiteloosheid breekt de film uiteindelijk op. De toon zwabbert teveel tussen licht en zwaar en enige indruk blijft uit door Helgelands overdreven gebruik van geijkte popmuziek en mooifilmerij.

Het maakt dan niet uit hoe overtuigend Tom Hardy is in zijn dubbelrol of hoe netjes het zestigerjaren-tijdsbeeld is weergegeven, als kijker blijf je toch met het onbevredigende gevoel achter dat je het allemaal al eerder en beter hebt gezien. Daarbij komt nog het vermoeden dat de schrijver toch niet voorbij de in de loop der jaren verheerlijkte cultstatus van de beruchte tweeling heeft kunnen kijken. Toegegeven, de titel hint hier al naar. "When the legend becomes fact, print the legend" luidt de beroemde quote, en Legend is hier een mooi voorbeeld van.

Trailer