Ida

Beoordeling:

Geplaatst: door Elise van Dam

De vier novices hijsen Jezus op een voetstuk. Ze slaan een kruisje. Het sneeuwt. Binnenkort zullen ze hun geloften afleggen en non worden. Een van de vier jonge vrouwen is Anna (Agata Trzebuchowska), die als wees in het klooster terechtkwam en altijd in de veronderstelling is geweest geen familie meer te hebben. Haar volledig naar het strikte ritme en regime van de nonnen gevoegde leven wordt opgeschud wanneer plots een tante opduikt. Pools regisseur Pawel Pawlikowski laat in het subtiele drama Ida zien hoe haar geloof op de proef wordt gesteld wanneer ze wordt geconfronteerd met het leven en verleden buiten de kloostermuren.

Anna krijgt verlof om haar tante Wanda (Agata Kulesza) te bezoeken en eenmaal daar wachten haar een aantal verrassingen. Anna blijkt Ida en Ida is Joods. Haar ouders doken onder tijdens de oorlog, kwamen om, en werden God weet waar begraven. Wanda toont haar een foto van haar moeder en Ida vraagt of die jongen op de andere foto haar broer is. ‘Nee’, antwoordt Wanda resoluut. ‘De familiereünie zit erop.’ Maar ze komt terug op die afwijzing en besluit Ida te helpen achterhalen waar haar ouders zijn begraven, ingegeven door een groot verdriet dat uit haar hele lichaam spreekt, dwars door haar mooie kleren en make-up.

De tegenstelling tussen de vrome Ida en losbandige Wanda lijkt op papier schetsmatig, het sacrale tegenover het seculiere. Zoals Wanda zelf al opmerkt: ‘natuurlijk, ik ben de hoer en jij het heilig boontje’. Maar de wijze waarop Pawlikowski hen langzaam doet ontdekken dat hun gedeelde verleden hen veel meer bindt dan ze aanvankelijk beseffen is genuanceerd en geloofwaardig. Terwijl Ida vasthoudt aan haar rituelen en hoofddoek tracht Wanda haar uit haar schulp te krijgen met een knappe saxofonist en de aanvankelijke weerstand vertoont steeds vaker kleine scheurtjes van begrip.

Ida is gefilmd in een ouderwets, vierkant formaat, wat Pawlikowski de mogelijkheid biedt zijn composities meer verticaal te oriënteren. Vaak plaatst hij zijn personages onderaan het kader, daarmee de ruimte boven hen benadrukkend, die voor de één een hemel suggereert en voor de ander leegte. De immer perfect uitgedachte zwart-wit beelden zijn van een simpele schoonheid die contrasteert met de almaar groeiende morele ambiguïteit. Iedereen in deze film heeft geheimen, die soms aan het licht komen, maar vaker niet en de vraag is of ze dat licht zouden kunnen verdragen.

Trzebuchowska, die zonder acteerervaring uit een Warschaus café werd geplukt, is fraai als de jonge Ida. Haar gezicht heeft dezelfde schilderachtige perfectie als Maria Falconetti in Carl Dreyer’s La Passion de Jeanne d’Arc en evenals in die film blijft de camera vaak lang rond haar gezicht dralen, speurend naar wat er omgaat achter haar soms bijna versteend lijkend gelaat. Kulesza speelt de labiele en intense Wanda precies ingehouden genoeg. Haar personage zorgt voor de komische momenten, maar wordt nooit een karikatuur.  

Het Polen van de decennia na de Tweede Wereldoorlog werd gekenmerkt door een moeilijk af te schudden antisemitisme. Continu stuiten Wanda en Ida op dichte deuren en barse antwoorden. ‘Hier waren geen joden’, stellen de bewoners in een poging het verleden uit te wissen. Die ontkenning maakt het voor Ida vrijwel onmogelijk haar nieuw ontdekte identiteit eigen te maken, waar nog bij komt dat deze totaal niet strookt met haar al zo zorgvuldig gevormde identiteit. We kunnen dan wel niet ontsnappen aan ons verleden, evenmin aan wie we zijn geworden. Het is als met de zwaartekracht; die laat zich ook niet ontkennen. 

Trailer