Filmpjekijken Fijne Filmklassieker: Karakter

Beoordeling:

Geplaatst: door Elise van Dam

‘And the Oscar goes to the Netherlands’. Het is inmiddels zeventien jaar geleden dat die woorden klonken voor een Nederlandse speelfilm in de categorie beste buitenlandse film. En ze klonken voor Karakter, waarna regisseur Mike van Diem met van zweet glimmend voorhoofd en trillende handen het podium beklom en grapte dat het beeldje in zijn hand vast betekende dat zijn film ‘damn stunning subtitles’ had. Nu is hij terug met De Surprise. Tijd voor ons om nog eens terug te kijken op één van Nederlands grootste klassiekers.

Aan het begin van Karakter wordt Jacob Willem Katadreuffe (Fedja van Huêt) gearresteerd op verdenking van moord. Slachtoffer is Arend Barend Dreverhaven, berucht en genadeloos gerechtelijk deurwaarder en vader van Jacob, zo ontdekte hij als tiener. Zijn moeder Joba (Betty Schuurman), die als dienstmeid zwanger werd van Dreverhaven, voedde hem alleen op en negeerde de enveloppen met geld die hij haar toestuurde, het briefje met de drie woorden: "wanneer trouwen we?". Zo groeide Jacob op zonder vader en zonder doel.

Bekijk ook ons verslag van de première van De Surprise

Tot hij op een dag een advocatenkantoor binnenloopt en plots zijn toekomst voor zich ziet. Jacob komt op het kantoor te werken onder de vleugels van curator De Gankelaar (Victor Löw met Marlon Brando-onderkaak) en ontwikkelt zich van stuurloze jongen tot een ambitieuze klerk die al zijn vrije tijd gebruikt om rechten te studeren. Maar op de achtergrond loert de dreigende nabijheid van zijn vader in de schaduw en gestaag ontstaat er een steeds complexere machtsstrijd tussen vader en zoon waarbij Dreverhaven tracht zijn zoon failliet te laten verklaren.

In al zijn afwezigheid is Dreverhaven (weergaloos gespeeld door Jan Decleir) het centrum van Jacob’s leven en ook van de film. Zijn naam, die ‘klinkt als naderend onweer’ zoals iemand in de film opmerkt, doet de Amsterdammers huiveren. Hij heeft iets onaantastbaars, een perceptie die Van Diem versterkt door hem vrijwel altijd van afstand te filmen. Zoals in een briljante scène waarin Dreverhaven wordt beschoten (maar nauwelijks geraakt) door een gedupeerde huurder die in opstand is gekomen. Met een vreemde kalmte loopt hij zijn belager tegemoet, schijnbaar onverschillig tegenover de rondvliegende kogels. Alles ketst op hem af nog voor het hem bereikt.

Zo blijft Dreverhaven ook telkens buiten het bereik van Jacob, ondanks dat die zich keer op keer in een positie manoeuvreert waarin Dreverhaven hem tegen de grond kan drukken. "Die zinloze zelfkwelling, van wie heb je dat geleerd?", vraagt De Gankelaar hem wanhopig wanneer Jacob voor de zoveelste keer zijn hoofd in de strop lijkt te hangen. Het is een valide vraag, waarvan het antwoord waarschijnlijk ligt in die al dan niet door hem gepleegde moord. In de psychologie is vadermoord immers een beladen begrip. De zoon moet zijn vader al dan niet symbolisch vermoorden om een man te kunnen worden. Door zich elusief als een spook door Jacob’s leven te bewegen, ontneemt Dreverhaven zijn zoon die kans en dus tracht Jacob deze af te dwingen, zichzelf als aas gebruikend.

Karakter is gebaseerd op het gelijknamige boek van F. Bordewijk en het postuum uitgegeven Dreverhaven en Katadreuffe. Die boeken van Bordewijk spelen zich af in het begin van de twintigste eeuw en één van de sterke punten van de verfilming is hoe overtuigend het Amsterdam van toen is neergezet. Een script en acteurs kunnen nog zo goed zijn, als zij zich voortbewegen in een wereld die niet geloofwaardig is neergezet, is het vergeefse moeite. Maar Karakter ademt het vuil van de stad, de donkerte van de armoede.

Mike van Diem kwam voor het eerst op de radar met zijn afstudeerfilm Alaska, waarmee hij in 1990 een Gouden Kalf en Student Academy Award won. Karakter was zeven jaar later de eerste lange speelfilm die hij regisseerde. De door Rogier Stoffers gedraaide film trok ruim tweehonderdduizend bezoekers en won die felbegeerde Oscar. En toen werd het stil. Heel lang. In een recent interview met de Filmkrant doet Van Diem nonchalant over die lange onderbreking. Hij beaamt dat er aanbiedingen kwamen, ook uit Hollywood, maar nooit dusdanig interessant om overstag te gaan. Intussen verdiende hij zijn geld met het maken van commercials voor diverse bedrijven. "Er was dus geen economische noodzaak om een film te maken."

Dat hij nu, achttien jaar na Karakter, toch weer in Nederland een speelfilm heeft gemaakt mag een klein wonder heten. "Nederland zal altijd een filmwereldje hebben, nooit een filmindustrie", zei Roel Reiné treffend in een interview met deze site en dat maakt het voor ambitieuze filmmakers lastig hun films te realiseren. Ook Van Diem noemde het Nederlandse filmklimaat weinig uitnodigend en in 2008 gaf hij tegenover Cinema.nl nog aan dat hij wel oren had naar het draaien van een film in zijn vaderland, maar vreesde "dat de meeste dingen die ik verzin gewoon te duur zijn voor Nederland."

Al bij het uitkomen van Karakter maakte hij zich kwaad over het gebrek aan ambitie bij Nederlandse filmmakers. Op de filmacademie willen ze nog wel, maar daarna nemen ze genoegen met "een leuk stukje in de Volkskrant", zo fulmineerde hij destijds in de Filmkrant. Zoiets zou hautain kunnen klinken, ware het niet dat Van Diem met zijn film juist die kritiek smoort. Want Karakter is een ambitieuze film - qua plotstructuur, thematiek en vormgeving - en maakt die ambities waar. Het is een film die grote thema’s aanpakt met grandeur: eer, schuld, onmacht, obsessie en liefde. Allen samenballend in dat ene, archetypische woord, handgeschreven op een akte: "Vader".

Trailer