Filmpjekijken Fijne Filmklassieker: The Big Lebowski

Beoordeling:

Geplaatst: door Rutger Otto

The Dude. We kennen hem nu vijftien jaar. Een man die eigenlijk maar een beetje door alle tijden heen leeft, maar altijd in flowerpower is blijven hangen. Een man die boodschappen doet in een badjas en cheques uitschrijft van 69 cent. Een man die bowlt, zich nergens druk om maakt en tussen de bedrijven door wat drugtrips beleeft. Een man die gewoon een nieuw vloerkleed wil, wanneer een stel Aziaten eroverheen pist. Dit is The Big Lebowski, de achtste film van de gebroeders Coen, uit 1998.

Het verhaal is heel gemakkelijk samen te vatten. Jeff ‘The Dude’ Lebowski wordt door Aziatische boeven aangezien voor de steenrijke Jeff Lebowski, een miljonair wiens vrouw Bunny schulden heeft gemaakt. Ze stormen The Dude’s huis binnen, bedreigen hem en pissen op zijn kleed. Als ze merken dat ze de verkeerde Lebowski hebben, vertrekken ze. Maar The Dude zit met een ondergezeken kleed en gaat verhaal (en een nieuw kleed) halen bij Lebowski, de miljonair. Niet lang daarna wordt Bunny ontvoerd en raakt The Dude verwikkeld in een kidnappschandaal, al hopend Bunny terug te krijgen.

The Big Lebowski was een gigantische flop in de Box Office van 1998. Tijdens het openingsweekend hengelde de film slechts 5,53 miljoen dollar binnen. Na films als Barton Fink en het succesvolle crimedrama Fargo kwam het regisseurduo Coen ineens aanzetten met een bowlende hippie die zijn vloerkleed terug wilde. Probeer dat maar eens te verkopen. De meningen over de film liepen enorm uiteen. Oh, hoe de tijden zijn veranderd. Inmiddels is het één van de meeste geliefde Coen brothers-films, met een grote, trouwe fanschare. De film vormde zelfs de inspiratie voor een heuse religie: Dudeism.

Een vloerkleed. Dat is in essentie waar het bijna twee uur lang over gaat. Maar Joel en Ethan Coen zouden zichzelf niet zijn als ze er een simpele, rechttoe-rechtaan komedie van hadden gemaakt. Al snel zijn er zoveel personages en verhaallijnen dat het gevaar loert dat je, in een moment van onoplettendheid, de draad helemaal kwijt bent. Dat overkomt The Dude zelf op een gegeven moment ook. (“The Knutsens? Who the fuck are the Knutsens?”)

Het zijn de kleurrijke personages die The Big Lebowski maken. Dat begint al bij The Dude zelf. Een enorme, werkloze stoner die zich nergens druk om maakt, in slobberbroeken en badjassen loopt en jointjes rookt. Ook de vrienden van The Dude zijn cultfiguren op zich. Walter Sobchak (John Goodman) is een Joodse Vietnamveteraan met een kort lontje en Donny (Steve Buscemi) een ielig sulletje dat vrijwel door alles en iedereen wordt genegeerd of afgekapt (“Shut the fuck up, Donny”). Dan hebben we nog de pedofiele bowlingtegenstander Jesus (John Turturro) die wel érg veel bevrediging haalt uit het verzorgen van zijn ballen. Ga zo maar door. Ieder personage is absurd en memorabel.

Veel van de acteurs spelen de rol van hun leven. John Goodman beweerde in een interview eens dat Walter zijn favoriete rol is en Jeff Bridges wil nog wel eens een Lebowski Fest bezoeken; een viering van de film, waar veel fans (in badjas) op af komen. Ondanks alle rollen die Bridges heeft gespeeld, blijft hij bij velen vooral bekend als The Dude. Zijn laidback-verschijning, zijn stem, de baard en zijn pretogen. Bridges ís The Dude.

Perfect gecast door Joel en Ethan Coen, die het script al schreven met Bridges, Goodman en Buscemi in het hoofd voor de rollen. Een strak script, overigens. Bijna alle gesproken woorden zijn uitgeschreven. Tot iedere “fuck” (260 x in totaal), iedere “man” (147 x door The Dude) en iedere “dude” (160 x) aan toe. Dat wetende, is het knap dat Jeff Bridges zich zo gemakkelijk door zijn teksten lijkt weten te freewheelen. Volgens John Goodman is één van de weinige geimproviseerde teksten die de eindversie hebben gehaald, wanneer The Dude miljonair Lebowski een “human paraquat” noemt. Want: “Improviseren doe je niet in een Coen-brothers film”, weet Goodman.

Dat The Big Lebowski inmiddels als cultklassieker wordt gezien, ligt aan meerdere dingen. Natuurlijk de hoge mate van citeerbaarheid van de personages, maar ook de fantastische soundtrack draagt er aan bij. Die levert de onvergetelijke scène op, waarin een bowlende Jesus door ‘Hotel California’ wordt begeleid. De flamenco-versie van The Gipsy Kings, niet die van The Eagles. Om The Dude te besparen, waarschijnlijk. (“I hate the fucking Eagles, man.”)

The Big Lebowski is een heel complete film. Bij iedere kijkbeurt zie je iets nieuws en de lach schuilt soms in kleine dingen. Zoals Walter, die een veiligheidsbedrijfje runt met de naam Sobchak Security. Hij deelt (als Jood) de initialen met de meest afgrijselijke afdeling van Nazi Duitsland. Andere grappen liggen er wat meer bovenop, zoals het uitstrooien van as met tegenwind.

En alles wat gebeurt in de film heeft een bedoeling. Qua symboliek hebben de gebroeders Coen het in deze film erg goed gedaan. Want waarom gooit Donny nooit een strike, en wat gebeurt er als hij dat eindelijk wel doet? En heeft Walter niet gewoon altijd gelijk als hij over de ontvoering filosofeert? Uitspraken die de personages doen, komen vaak later in de film weer terug, in een andere situatie. (“That rug really tied the room together.”)

“Yeah, well. The Dude abides.” Een rake quote van The Dude zelf. Vijftien jaar nadat The Big Lebowski in de bioscoop verscheen, groeit de fanschare nog steeds. Echte gekken reizen af naar Lebowski Fest, anderen gaan een avondje bowlen en kijken de film daarna onder het genot van The Dude’s favoriete drankje: een White Russian (een laag, breed glas met ijsblokjes, aangevuld met de helft vodka, een kwart Kahlúa of Tia Maria en een kwart verse room). Waar het op neerkomt is dat The Dude altijd blijft bestaan. In één van de beste komedies ooit: The Big Lebowski.

Trailer