David Bowie en zijn filmrollen

Geplaatst:

door Ruud Vos

  • Geboortedatum8 januari 1947
  • GeboorteplaatsBrixton, Engeland
  • Bekende filmsThe Man Who Fell to Earth (1976), Labyrinth (1986), The Last Temptation of Christ (1988), Basquiat (1996), Zoolander (2001), The Prestige (2006)
  • AwardsGenomineerd voor onder meer een Grammy, een BAFTA en een Golden Globe. Gedeelde Daytime Emmy winst voor Hollywood Rocks the Movies: the 1970s (2002).

De zondag overleden David Robert Jones, vele malen bekender onder zijn artiestennaam David Bowie, was naast een briljant musicus en mode-icoon ook een filmster. Niet alleen droeg hij bij aan soundtracks van meer dan 450 films en televisieseries, de Engelsman heeft daarnaast ruim dertig credits als acteur achter zijn naam. Soms was dat als zichzelf - zoals in Zoolander en Bandslam - maar nog vaker kroop Bowie in de huid van een, al dan niet excentriek, personage. Bijna drie jaar geleden besteedden we op filmpjekijken.com al eens aandacht aan de filmcarrière van Bowie. Wegens zijn verscheiden brengen we dat artikel van 5 mei 2013 opnieuw onder je aandacht.

Wanneer je op het IMDb-profiel van David Bowie kijkt, zie je sinds de eeuwwisseling een exponentiële toename van zijn muziek op filmsoundtracks. Een uitschieter is het met Ziggy Stardust-tijdperk gelardeerde The Life Aquatic With Steve Zissou, maar ook Inglourious Basterds, The Perks of Being a Wallflower en The Imposter bevatten Bowie.

Net op het moment dat je denkt dat dit vooral een wolk van nostalgie naar een compleet oeuvre is, komt Bowie met zijn eerste nieuwe plaat in tien jaar... Op zijn 66ste verjaardag werd de single Where Are We Now? gelanceerd, en een nieuwe album aangekondigd. The Next Day hield enkele maanden de muziekpers in zijn grip: wat zou het worden? Tijd voor een retrospectief op Bowie en zijn films.

Door de jaren heen is David Bowie een man van vele rollen. Op het podium maakte hij de blits met diverse gedaanteverwisselingen, met als voornaamste on stage personas Ziggy Stardust en The Thin White Duke. En ook is hij allesbehalve een onbekende in de wereld van cinema. Al zou je kunnen beargumenteren dat er maar één rol is die hij echt kan spelen...

The Man Who Fell to Earth

Wanneer Bowie zijn eerste hoofdrol krijgt in The Man Who Fell to Earth (1976), is hij al een superster. Aan het roer staat Nicolas Roeg (Walkabout, Don’t Look Now, The Witches). De rol van ruimtewezen die ten onder gaat aan de aardse verlokkingen is het muzikale fenomeen op het lijf geschreven. De charmante en buitennatuurlijke uitstraling, het verwantschap met de futuristische thematiek in Bowie’s muziek, zijn drugsverslaving in het ware leven, ze complementeren stuk voor stuk het plaatje van de alien Thomas Jerome Newton.

De film zelf is op zijn zachtst gezegd warrig, en hem kijken kost moeite. Het is een mislukte vertelling, waarin je een meesterwerk ziet dat naar buiten wil komen. In sommige segmenten zie je Roeg’s regiekwaliteiten op zijn sterkst en Bowie’s vertolking complimenteert de visuele kracht van de film. Voor filmliefhebbers is ze een must-see.

Merry Christmas Mr. Lawrence

Zes jaar na de artistieke science fiction pakte Bowie de belangrijkste rol in Merry Christmas Mr. Lawrence, van de hand van Japanner Nagisa Ôshima. De popster kreeg de rol van majoor Jack Celliers, een opstandige krijgsgevangene van de Japanse krijgsmacht in de Tweede Wereldoorlog. Het voornaamste thema is het overstijgen van culturele verschillen op een moment dat de spanningen het grootst zijn. Celliers maakt een enorme impact in het kampleven.

Ook hier is Bowie’s geroutineerde voordoen als superster een grote pré. Regisseur Ôshima gaf hem de rol na het zien van zijn performance in de Broadway-opvoering van The Elephant Man. De filmmaker verklaarde dat Bowie “een onverwoestbare innerlijke levenskracht” uitstraalde die hij zocht voor de rol, maar er is meer. In een menigte van Engelse soldaten is Celliers de blikvanger, een stralend middelpunt. Dat is wat Bowie doet.

Labyrinth

Onmiskenbaar is Bowie’s rol die de meeste mensen bijstaat die van Jareth the Goblin King in Muppet-man Jim Henson’s Labyrinth. Voor eens speelde hij de slechterik, de charismatische sprookjesfiguur die het babyhalfbroertje Toby van Sarah (een jonge Jennifer Connelly) steelt. De dreiging zit niet alleen in de kwaadaardige daad van Jareth, maar ook in de aantrekkingskracht waarmee hij probeert Sarah te betoveren.

Bowie laat zich hier extravagant uitdossen, en verzorgt het grootste deel van de soundtrack. Hij hoeft niet eens in bijzonder duistere reservoirs te tappen, het is simpelweg een versie van hemzelf die zijn charisma gebruikt om kwaad te doen. Maar Jareth is nauwelijks het hart van de film te noemen, daar wordt hij overtroffen door de poppen van Henson. Het is het plezier wat de film maakt. Maar toch is er een uitgesproken chemie tussen de merkwaardige Bowie en de alsmaar verwonderd kijkende Connelly.

Yellowbeard

Slechts van korte duur is het optreden hierin van David Bowie, en het valt zeker te bedingen dat de op zijn rug gebonden haaienvin behoorlijk afleidt van de performance van de popster. In dit oerflauwe vehikel voor Monty Python-lid Graham Chapman probeert de piraat Yellowbeard te achterhalen waar hij zijn schat heeft begraven. Bowie is een bemanningslid van de marine, die informatie lospeutert van mevrouw Yellowbeard (Madeleine Kahn). Als je ervoor in de stemming bent, kun je buikpijn krijgen van het lachen - ook om Bowie’s korte optreden.

The Last Temptation of Christ

Martin Scorsese is de eerste regisseur die optimaal gebruik weet te maken van Bowie’s vermogen om te schitteren in een piepklein rolletje. Slechts luttele minuten deelt hij het beeld met Willem Dafoe’s Jezus-vertolking, in de guise van de Romeinse politicus Pontius Pilatus. In Bowie’s handen is de uiterst pragmatische gouverneur een tegenwicht voor de Heiland. Je wil de wereld veranderen met liefde, niet door te vechten? Dat maakt niet uit, je bent gevaarlijk in je strijd tegen de gevestigde orde. Keihard dus, en toch gladjes en warm vertolkt.

Twin Peaks: Fire Walk With Me

Ook David Lynch weet flink huis te houden, met Bowie ter beschikking. In de introductie van deze filmprequel op zijn succesvolle mysterieuze televisiereeks, speelt de artiest een FBI-agent die jaren geleden verdwenen is. Hij materialiseert plotseling in een veldkantoor, raaskalt informatie en gaat weer op in het niets. Kort maar krachtig, de belichaming van een zeer Lynchiaans puzzelstukje, waarover achteraf goed valt te bediscussiëren: wat betekent het? Betekent het überhaupt iets?

Basquiat

In deze biopic over de eerste en veel te vroeg overleden graffitikunstenaar die zijn werk in de gevestigde musea weet te krijgen maakt de ster zijn opwachting als niemand minder dan Andy Warhol. Op zijn album Hunky Dory maakte Bowie al een lied over de man die iedereen vijftien minuten beroemdheid beloofde, dus de affiniteit is duidelijk. Warhol wordt neergezet als een warrige en egocentrische geniale gek, met veel liefde uitgevoerd. Bowie kreeg terecht veel lof voor deze acteerrol.

Mr. Rice’s Secret

Zo rond de eeuwwisseling kwam deze film uit als een van de laatste uitstulpingen van de jaren-negentig-familiefilm. Waarom koos Bowie voor zijn rol als de naamgever van de film, Mr. Rice? Dat is moeilijk te beoordelen. Rice is de enige vriend van de aan kanker lijdende tiener Owen. Na Rice’s dood vindt Owen een brief waarin hij op een speurtocht wordt geleid, waardoor hij leert om te gaan met zijn sterfelijkheid. Bowie’s personage is een bovennatuurlijk figuur die wil doorgaan voor een normaal persoon, maar zijn grootsheid moeilijk kan verbergen. Wat dat betreft pakt de casting prima uit.

The Prestige

Voor zijn goochelaarsspektakel had Christopher Nolan maar één persoon op het oog die de Servische elektriciteitspionier Nikola Tesla kon spelen. Makkelijk was het niet om Bowie te overtuigen, maar uiteindelijk nam hij de rol aan. Met donker haar en een snor geeft hij subtiel gestalte aan een wetenschappelijke grootheid. Bowie’s Tesla is een spiegel voor de geobsedeerde illusionist (Hugh Jackman), en een rol van Bowie die naar meer smaakt.

Bowie kan geen gewone man spelen. Het zit niet in hem. Een gevleugelde uitspraak van hemzelf is dan ook “I’m an instant star, just add water”, en dat straalt af op vrijwel al zijn filmrollen. Elk personage is larger than life en echoot de werkelijke Bowie, die een supersterrenstatus heeft en een charisma dat daaraan ten grondslag ligt.

De werkelijke Bowie, een podiumcreatie van een zeer talentvol musicus wordt ge-ghost. Dat wil zoveel zeggen als: je kijkt geen moment naar zijn rollen zonder te vergeten dat hij het speelt, maar dat is vooral een verrijking voor de kijker. Dat Bowie iemand speelt, zegt iets over het karakter. En elke keer is het de buitennatuurlijke charme van Bowie die de overhand heeft. Met de mogelijke uitzondering van de scheepsjongen in Yellowbeard. Al komt Bowie’s grijns daar goed van pas.