The American Dream: Erik-Jan de Boer

Geplaatst:

door Joris Debeij

Speciaal voor Filmpjekijken.com doet journalist Joris Debeij verslag vanuit Los Angeles. Voor rubriek The American Dream gaat hij langs bij Nederlanders die in Hollywood hun geluk komen beproeven. Van kostuumontwerpers tot actrices en van geluidsmensen tot regisseurs. Na eerder regisseur Roel Reiné en actrice Tess Kartel in deze derde aflevering de Oscarwinnende animation director Erik-Jan de Boer. 

Naam: Erik-Jan de Boer
Geboortedatum: Maart 1967
Geboorteplaats: Amsterdam
In Hollywood sinds: Augustus 1996
Beroep: Animation director bij Rhythm & Hues
Palmares in Hollywood: Animation director/supervisor bij onder meer Land of the Lost, The Golden Compass (waarvoor De Boer en zijn team een Academy Award wonnen), The Chronicles of Narnia: The Lion, the Witch and the Wardrobe (dat een Oscarnominatie opleverde), Night at the Museum en The A-Team.

Niet alleen voor filmpjekijken.com, maar ook voor Erik-Jan, of Erik zoals hij in Amerika door het leven gaat, is het een bijzondere ontmoeting. Het is namelijk voor het eerst dat hij uitgebreid geïnterviewd wordt door een Nederlands medium over zijn carrière in Hollywood. Erik-Jan heeft mij uitgenodigd bij Rhythm & Hues (R&H), het bedrijf waar hij al meer dan zestien jaar werkzaam is. “Wanneer je me zestien jaar geleden had verteld dat ik hier nu nog steeds zou rondlopen, had ik je voor gek verklaard”, vertelt hij lachend.

R&H is een tweevoudig Academy Award winnende studio, voor Babe (1996) en The Golden Compass (2008), die zich heeft gespecialiseerd in animaties en visual effects. Vol trots en enthousiasme geeft Erik een rondleiding en laat een klein beetje de werkwijze zien van het bedrijf. Het is verfrissend om een Nederlander te zien die zo vol met enthousiasme over zijn werk in Hollywood vertelt.

Erik-Jan de Boer. Een veel Hollandser klinkende naam kun je niet hebben in Hollywood...
Nee dat is waar! Vooral die spatie tussen ‘de’ en ‘Boer’ is een groot probleem voor mij. Ik was vanochtend bij het DMV (department of motor vehicles) om mijn rijbewijs te verlengen. Dat ging helemaal mis. Boer is nu mijn achternaam, ‘de’ mijn tweede naam en Erik-Jan mijn voornaam. Een puinhoop om dat te veranderen. Komt gewoon weer door die stomme spatie.

Erik-Jan de Boer en Bill Westenhofer in 2008 met de Oscar die Rhythm & Hues won voor The Golden Compass.

Wanneer begon jouw carrière in de animatiewereld?
Ik studeerde eind jaren ‘80 aan de HKU in Utrecht, en daar zat Ad Wisman. Hij probeerde computers het creatief onderwijs in te krijgen. Het was net de tijd van Apple en Commodore. Ik studeerde mode, maar toen ik erachter kwam dat hij daarmee bezig was, ben ik geswitcht naar beeld en media technologie.

Wat hield dat in die tijd in, eind jaren 80 ‘dingen‘ met een computer doen?
Je kon dat vooral zelf een beetje invullen. Het was audiovisuele vormgeving en desktoppublishing, maar vooral heel vrij gedoe. Ik weet nog dat ik voor een architectuuropdracht een 3d-ontwerp had gemaakt. Dat was voor het eerst dat de bewuste docent zag dat die twee gecombineerd werden. Het waren de heel prille dagen van computergraphics in het kunstonderwijs. Uiteindelijk kreeg ik in 1989 de kans om bij The Moving Picture Company in Londen aan de slag te gaan. Ik ben daar eigenlijk nooit meer weggegaan, al ben ik nog wel terug naar Nederland gekomen om eindexamen te doen. Vervolgens heb ik alleen commercieel werk gedaan. Met name televisiegraphics en reclamefilmpjes. Na zeven jaar in Londen ben ik in 1996 naar Los Angeles gegaan.

Echt voor de filmindustrie naar Los Angeles gekomen?
Ja, want ik was het een beetje zat in Londen. Ik wilde eigenlijk terug naar Nederland, maar toen zei mijn moeder: “Je hebt het altijd over Amerika gehad”. Zelf ben ik mij daar nooit zo bewust van geweest. Maar ze hield vol. “Probeer dat nou eerst, dan heb je dat uit je lijf. Kom je gewoon daarna weer naar Nederland.” Zestien jaar later zit ik hier nog steeds, haha.

Hoe kwam je bij R&H terecht?
Ik stuurde mijn showreel, zo gaan die dingen in Hollywood, naar Disney, Sony en R&H. 1996 was ook nog vrij vroeg in die industrie. Ik had een hoop werk gedaan, dat kon toen nog. Nu werkt iedereen aan een heel klein deeltje van een animatie. Maar in London had ik de mazzel dat ik aan de gehele animaties had gewerkt. Dus ik kon gewoon zeggen dat ik alles gedaan had. Plus ik had de mazzel met grote merken gewerkt te hebben aan ambitieuze projecten met grote budgetten. Het was voor mij dus een eitje om uitgenodigd te worden voor een sollicitatiegesprek.

Op de set van The Chronicles of Narnia: The Lion, the Witch and the Wardrobe , waarvoor het team van De Boer in 2006 een Oscarnominatie verdiende.

Je bent eigenlijk vanaf het begin van je carrière al aan het pionieren?
Eind jaren ’80, begin jaren ’90 was de software veel beperkter dan nu. Het kwam toen veel vaker voor dat je een situatie tegenkwam waarbij de software de visuele uitdaging die je moest vormgeven en ontwerpen, nog helemaal niet aankon. Kwantiteit was bijvoorbeeld iets heel moeilijks om te doen. Zo wilde een klant dat tweeduizend muntstukken een vis vormden, die vis weer uit elkaar zou vallen waarna die muntjes zich onder water verspreidden, terwijl er allemaal belletjes vanaf kwamen. De enige manier om dat te doen met de toenmalige software was om deze te hacken en zelf te programmeren. Dan schreef je eigenlijk in een paar weken een heel grof besturingssysteempje dat nu gewoon standaard ingebouwd zitten in een boel software pakketten.

Hoe leg jij aan een leek uit wat jij doet?
Ik maak VFX voor speelfilms, en dat zijn vooral geheel in de computer gemaakte photo realistische karakters. Hoofdzakelijk bestaat mijn werk uit het regisseren van het animatieteam en de visie van de regisseur in de animatieshots krijgen. Daarbij heb ik de persoonlijke uitdaging om mijn eigen waarden en smaak aan de animatie toe te voegen. Zodat ik binnen de beperkingen van het shot mijn eigen ideeën erin krijg.

Daarbij leg je de lat hoog?
Ja, ik merkte dat eigenlijk pas echt toen ik in mijn huis een nieuwe badkamer maakte. Mensen zeggen dat de badkamer er perfect uitziet. Dat moet ook, er mag geen voegje fout zitten. Daar zou ik meteen als een gek van balen. Je moet toch wel een behoorlijke perfectionist zijn om dit werk te doen. En dat merk ik aan mijn animatoren ook, zij hebben heel veel passie voor hun werk. Maar zij willen ook weer proberen hun eigen ideeën er in te krijgen. Dat moet ik stimuleren en motiveren, maar ook in goede banen leiden. Want als de regisseur zegt links, en mijn animator zegt rechts, dan werkt dat natuurlijk niet. Uiteindelijk moet je tot een product komen dat de klant blij maakt, mijn animatoren gemotiveerd houdt en waarbij ik zelf ook nog ruimte heb om mijn eigen ideeën in te krijgen. Bij de film waar ik nu aan werk (Life of Pi van regisseur Ang Lee (Brokeback Mountain)) ging dat heel erg goed.

Baal je er dan van wanneer een recensent dan opmerkt dat er een voegje niet goed zit?
Ja natuurlijk! Er zijn natuurlijk altijd redenen waarom iets er niet goed uitziet. Het idee kan fout geweest zijn, er was te weinig tijd of technische redenen. Maar zelfs wanneer een film flopt, is het belangrijk dat de visual effects niet de reden zijn. Het meeste werk dat wij doen, moet gewoon naadloos in het verhaal verweven zijn en niet eruit springen en de aandacht trekken. Transformers bijvoorbeeld, daar gaat het om de visual effects. Daar zit veel in wat fysiek helemaal niet kan. Bij veel van het werk dat ik doe, zou het ideaal zijn dat je gewoon met een camera filmt en niet met CGI bezig bent. Maar met een dinosaurus heb je daar een beetje ruimte mee. Niemand heeft ooit zo’n dier zien rondrennen en ook esthetisch kun je lol met het ontwerp hebben.

Met Ang Lee legt De Boer momenteel de laatste hand aan Life of Pi.

Hoe is het om met een regisseur, en dan met name een regisseur van de oude stempel, samen te werken aan een project?
Tegenwoordig gebeurt het niet zo vaak meer dat een regisseur onbekend is met visual effects. Vroeger was dat wel meer het geval. Ik weet nog dat we werkten aan Elf met Will Ferrell. Jon Favreau was de regisseur en hij had nog weinig met visual effects gewerkt. Voor hem was dat lastig, want hij begreep het soms niet helemaal. Het was dan ook moeilijk om hem vanuit ons oogpunt de juiste stappen op het juiste punt te laten nemen voor het beste eindresultaat. “Wat is dit?”, “Waar kijk ik naar?”, hoorden we vaak. Dan moet je dat uitleggen, hem als het ware een stukje onderwijs geven. Het grappige is dat Jon Favreau juist nu de meest gigantische visual effects spektakels zoals Iron Man maakt. Dat is prachtig, omdat je met zo iemand de eerste CGI stappen hebt gezet. Ang Lee heeft er meer ervaring mee. Een man die ook alles vertrouwt en jou je gang laat gaan. Hij is erg gefocust op het verhaal en op de kwaliteit van het shot. Hij maakt zich eigenlijk geen zorgen om het proces, maar kijkt gewoon naar het eindresultaat en beoordeelt dat. Dat werkt perfect.

Hoeveel mensen werken er eigenlijk in een animatie departement mee aan een film?
Voor de meeste projecten waar wij aan werken gaat het vanaf vijftig shots tot zo’n acht-, negenhonderd shots. Binnen het bedrijf zijn wij daar zo’n drie tot acht maanden mee bezig, dus zeg gemiddeld een half jaar. Veel afdelingen zijn bij een project betrokken, waardoor er makkelijk tussen de drie- en vierhonderd mensen meewerken aan een film. En dan hebben we het alleen over het animatie gedeelte.

Wat mij opvalt, en dat is heel leuk, dat jij in tegenstelling tot veel andere Nederlanders hier, zo enthousiast over je werkt bent.
R&H is een fantastisch bedrijf. Het heeft privé-eigenaren en zij hebben een bedrijfscultuur gecreëerd waarin iedereen met respect wordt behandeld. Waar we allemaal streven naar het best mogelijke resultaat. Geld speelt weliswaar een rol, want je wilt mensen een zekerheid geven in hun baan, maar we hebben geen aandeelhouders waar we verantwoording aan hoeven af te leggen. Dat is heel fijn. De projecten die we doen zijn fantastisch. Er is altijd wel ergens groener gras, maar dan zou je dat moeten achtervolgen. Het leven als freelancer brengt ook weer onrust met zich mee. Ik vind Los Angeles zalig, ik heb geen enkel stukje bitterheid over LA. Al heb ik ook wel een beetje mazzel gehad, heb nooit moeite gehad om mijn draai hier te vinden. Toen ik hier kwam had ik al een baan, mijn carrière was een stukje onderweg en ik rol van het ene mooie project in het andere.

Fragment uit The Golden Compass.

Je werkt dus voor een bedrijf dat echt liefde voor het vak heeft?
Precies! Daarnaast begin ik mij te realiseren dat het proces voor mij heel belangrijk is. Het bijna ambachtelijke is voor mij erg belangrijk.

Je zit hier nu al zestien jaar en bent niet weg te slaan?
Ik zit hier zeker goed, maar er hoeft in Hollywood niet veel te gebeuren of je ligt eruit. Wanneer je met dit soort projecten bezig bent, hoeft er maar één iemand te zeggen: “nou die de Boer zie ik niet zo zitten” en dan werk ik niet meer aan dat project. Helemaal omdat we een klantrelatie hebben. Maar tot nu toe gaat het goed.

Dus voorlopig zien wij je niet meer in Nederland?
Zeg nooit, nooit. Ik ben een echte Nederlander, spreek accentloos Nederlands, hoop ik, en dat vind ik ook erg belangrijk. Dus wanneer wij straks tijdens het EK voetbal een biertje drinken, hoop ik dat ik accentloos Nederlands spreek zonder een verkeerde zinsopbouw. Ik ben er trots op Nederlander te zijn, zou nooit voor een Amerikaans paspoort kiezen wanneer ik mijn Nederlandse paspoort niet kan behouden. Daarnaast ga ik ook regelmatig terug naar Nederland.

Zou je er ooit weer willen wonen?
Dat weet ik niet. Ik zou eerder vlakbij Nederland gaan wonen, in Londen bijvoorbeeld. Maar dat heeft ook met werk te maken, ik denk niet dat ik dit vak in Nederland kan beoefenen. In Nederland gebeuren spannende dingen op filmgebied. Maar wat ik specifiek doe, zou in Nederland nog niet kunnen. 

De film Life of Pi waar Erik-Jan de Boer met Ang Lee aan werkt, is rond Kerst in de Nederlandse bioscopen te zien.

Er zijn nog geen reacties geplaatst

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.