Interview Mimoun Oaïssa over De Marathon

Geplaatst:

door Jochem Geerdink

Na enkele buitenlandse avontuurtjes, bijvoorbeeld in The Devil’s Double, een rol in TV-film Cop vs Killer en optredens in diverse televisieseries, keert Mimoun Oaïssa met De Marathon terug in een grote Nederlandse speelfilm.

De 37-jarige Marokkaan geeft gestalte aan Youssoef, de allochtone medewerker van de in financiële nood verkerende garage waar de film zich afspeelt. Als oud-marathonloper wordt hij de trainer van Gerard, Leo, Kees en Nico. Zij willen geld ophalen door de marathon van Rotterdam te lopen en zodoende de garage te redden van de ondergang.

Heeft de film je aangestoken, zien we jou ooit in een marathon?
Het is wel iets wat je in je leven gedaan moet hebben, maar die lijst is bij mij erg lang. Dus ik denk het niet. Ik hou ook meer van spelsporten. Al heb ik wel bewondering voor mensen die marathons lopen. Die eerste 25 kilometer kun je trainen. 42 kilometer kun je niet trainen, op een gegeven moment zit je echt op je tandvlees. Dat is ook zo mooi aan deze film. Gerard, Leo, Kees en Nico zijn eigenlijk de minst geschikte figuren om aan dit avontuur te beginnen. Te lui, te oud. Dan komt het puur aan op karakter, het gevecht met jezelf.

Een vergelijking met Intouchables gaat misschien wat ver, maar De Marathon is wel zo´n soort film. Ondanks het wat droevige einde, loop je wel opgewekt naar buiten. Had jij dat ook toen je de film zag?
Zeker. Eigenlijk al toen ik het script las. Een mooie combinatie tussen drama en humor. Je volgt die mannen écht, voelt met ze mee. In Nederland hebben we van die ‘lach of ik schiet’ komedies. Dat kan heel goed uitpakken, maar De Marathon is vooral heel authentiek. Martin Scorsese zei ooit: ‘Schrijf films en maak films over dingen die je kent.’ In deze film klopt dat perfect. Martin van Waardenberg en Gerard Meuldijk kennen deze types, want zij zijn deze types.

Dit zijn de Rotterdammers die wij allemaal kennen…
Ja, precies. Zij zijn het. Het café waar over gesproken wordt en waar ook gedraaid wordt, is het café waar ze echt rondhangen. De manier waarop ze praten, is de manier waarop zij, en de mensen om hen heen, praten. Dat is heel authentiek en dat voel je. Zowel de humor als het drama wat daar in zit, is gewoon echt.

Als voormalig marathonloper met een klompvoet is Youssoef, letterlijk, een beetje het buitenbeentje. Was dat op de set ook zo?
Het was inderdaad heel erg zoeken naar mijn plek binnen het geheel. Die zoektocht voor mij als acteur, is ook de zoektocht van het personage. Dat viel samen. Die jongen werkt daar al een hele tijd. Met de een kan hij het wel vinden en heeft hij een soort verstandshouding, maar met die anderen totaal niet. Mijn rol zoekt heel erg naar zijn positie. Op het moment dat ze die marathon dan gaan lopen en dat ik daar alles van af weet, dan komt het samen.

In de film rijd je rond op een heel lullig brommertje...
Eerst dacht ik: ‘Nee, niet dát ding, ik heb ook een imago.’ Bij de opnames tijdens de echte marathon herkenden mensen me uit andere films. Ze riepen (Oaïssa zet een Marokkaans accent op): ‘Mimoun, wat doe je op die brommer!? Heb je niet een Vespa of zo!?’ Maar weet je, het klopt gewoon. Het moet juist zo’n ding met een mandje erop zijn. Je ondersteunt die mannen die de marathon lopen. Dat kan niet op een Vespa. Waar moet je dan je mandje kwijt?

Wat verwacht je voor reacties uit Rotterdam?
Vooral heel positief. Martin (van Waardenberg, die het script schreef, red.) is echt een soort oer-Rotterdammer, samen met Jules Deelder. Het taalgebruik, de setting, de shots; het plaatje Rotterdam komt heel mooi uit. Ik vind het mooi dat er nu ook films buiten Amsterdam gemaakt worden. In mijn begintijd gingen veel films toch over Amsterdam. De hoofdrolspeler was vaak een man op leeftijd met een alcoholprobleem die over de grachtengordel fietst. Met bijvoorbeeld New Kids en Gooische Vrouwen lijkt de Nederlandse filmwereld in te zien dat er meer is dan alleen Amsterdam. Dat is heel prettig. Het publiek ziet dat ook. Ik heb meegemaakt dat Nederlandse films minder populair waren dan chlamydia en het Duitse nationale elftal. Mensen gingen nog liever naar de tandarts dan naar Nederlandse films. Dat is nu helemaal om.

Waar ben je momenteel nog meer mee bezig?
Ik speel een mooie rol in het tweede seizoen van Overspel. Als officier van justitie die achter allerlei frauduleuze mensen aan gaat. Verder ben ik zelf aan het schrijven. Dat is eigenlijk het belangrijkste wat ik de afgelopen jaren gedaan heb.

Levert dat schrijven ook iets concreets op?
Jazeker. Ik kan er niet te veel over vertellen, maar er zijn twee projecten die ver onderweg zijn. Een zijn we al min of meer bezig met de financiering, dus die hopen we begin volgende zomer te kunnen gaan draaien.

Ga je dan zelf ook spelen en produceren?
Ja, ik ga coproduceren. Ik heb het samen met een vriend van mij geschreven. Hij regisseert, ik speel de hoofdrol. Een hele leuke cast er omheen. Mijn grote droom is zelf verhalen ontwikkelen, met mensen die je goed vindt en waarmee je op een lijn zit. Je trekt elkaar ook omhoog. Je ziet Frank Lammers, Annet Malherbe… Je moet wel alles geven. Dat is een beetje hetzelfde als wat voetballers hebben als ze met goede spelers spelen.

In plaats van dat je bij een club speelde, mocht je ineens met Oranje meedoen?
Ja, precies. Je trekt elkaar omhoog. Doordat je met goede mensen speelt, word je zelf opgetild. Er was synergie tussen script, regie en cast, op alle vlakken scoort De Marathon wat mij betreft een 8 of 9. Wanneer op alle drie de vlakken kracht aanwezig is en er is een duidelijke visie over wat we willen maken, dan kun je gewoon vliegen met elkaar. Je leert ook ontzettend veel van een productie, dat is heel nuttig. Daar moet je het wel naast leggen, het leven is kort. En De Marathon doorstond die test. Je kan niet alleen maar ‘nee’ zeggen en je terugtrekken op een eiland.

Ben je in de positie om ‘nee’ te zeggen tegen aangeboden rollen?
Ja. Wanneer ik terugkijk op de afgelopen vier à vijf jaar, dan denk ik: ‘Zo veel rollen heb ik helemaal niet gedaan.’ Ik heb scripts gekregen waarbij ik op pagina twee al dacht: dit gaat niet goed. En dan doe ik het gewoon niet. Ik zeg heel makkelijk ‘nee’, omdat ik het schrijven ernaast heb. En achteraf kreeg ik altijd gelijk. Ik baal er wel een beetje van voor de makers. Want wanneer een Nederlandse film het goed doet, is dat goed voor ons allemaal. Maar voor mij is acteren iets heel persoonlijks. Soms vind ik een rol geweldig, zoals nu bij De Marathon. Ik vond het script geweldig, begreep het helemaal, de rol, de gasten.

Je zag Youssoef dus gelijk zitten?
Sterker, ik had een vakantie gepland, maar die heb ik geannuleerd om dit te kunnen doen. Bij andere films heb ik soms echt het idee dat ze het niet moeten doen. En dan zeg ik ‘nee’. Dat moet je doen, anders neem je jezelf en het publiek in de maling. Dan moet ik hier gaan zitten en doen alsof ik het geweldig vind, terwijl ik het echt verschrikkelijk vind. Ik kan vanuit de grond van mijn hart iedereen aanraden om naar deze film te gaan. Een film maken is leuk. Leuk om te doen, leuk om wat geld te verdienen. Maar je moet je er wel twee à drie maanden van je leven vol instorten om een verhaal te vertellen. Als mensen denken dat iets uit het hart komt, dan gaat het ook naar het hart. Dit ontroert. Een rolletje in een serie kun je nog wel even op techniek doen, maar een hele film trek ik niet op techniek.

Je moet er honderd procent achter staan om het überhaupt te kunnen doen.
Om alles te kunnen geven, zeker. En dan is het aan het publiek om te bepalen of het hun film is of niet. Een grote rol spelen in een film waar ik niet achter sta? Nee, dan ga ik nog liever in een mortuarium werken.

Doe HIER mee aan onze prijsvraag voor De Marathon.

Er zijn nog geen reacties geplaatst

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.