Interview Diederick Koopal over De Marathon

Geplaatst:

door Jochem Geerdink

Zijn naam was tot nu toe toch vooral bekend in de reclamewereld. Onbekend, maar zeker niet onbemind. Er zullen namelijk weinig Nederlanders zijn die niet bekend zijn met het werk van Diederick Koopal en het mede door hem, samen met Cor den Boer en Simon Neefjes, opgerichte reclameburo Neboko.

Want onder enkele van de meest succesvolle - en populairste - campagnes van de afgelopen vijftien, twintig jaar stond de handtekening van Diederick Koopal. De filmmaker was betrokken bij de Rolo-reclame met de olifant, introduceerde voor Heineken door middel van skileraar Der Rudi het “heeey, Biertje?” aan het Nederlandse publiek, veel mensen schenken door hem om vier uur een Cup a Soup in en hij zorgde ervoor dat vrijwel iedereen tegenwoordig Harry Piekema associeert met Albert Heijn.

Deze week gaat zijn bioscoopdebuut De Marathon in première. Een droomdebuut, want de film krijgt vrijwel overal jubelrecensies. Ook bij ons. Hoog tijd om eens kennis te maken met Koopal.

Van Harry Piekema naar het witte doek, een grote stap?
Van 55 seconden naar een uur en 55 minuten… Ja, dat is een grote stap.

Hoe komt een reclamemaker erbij om een film te gaan regisseren?
Dat heeft zeker te maken met mijn liefde voor film. In mijn reclametijd probeerde ik ook altijd een klein speelfilmpje van mijn commercials te maken. Het verhaal is het belangrijkst. Ik geloof ook dat merken gewoon een verhaal zijn. Daar komt het vandaan. Maar dat beperkt zich allemaal tot 45 seconden. Je kunt er maar beperkt iets in kwijt, want je moet ook nog alles vertellen over dat merk. Op een gegeven moment had ik dat twintig jaar met alle liefde en moeite gedaan. Ik vroeg me af of ik met de liefde, en misschien ook wel het talent dat ik heb, een eigen, groter verhaal kon vertellen. Zonder dat ik wist of ik dat kon, besloot ik het te gaan proberen. En nu zit ik hier met jou.

Ben jij naar producent Eyeworks toe gestapt of heeft het jou gevraagd?
Ik was bezig met een eigen scenario. Eyeworks hoorde daarvan, vond dat interessant en belde mij. Het wist wat ik gemaakt had op het gebied van reclame en vond het een heel interessante gedachte dat ik nu bezig was met een scenario. Het is wel een bedrijf wat publieksfilms wil maken en ik kom een gebied van heel kleine publieksfilmpjes.

Reclames waar je niet snel van weg zapt.
Je komt toch ongenodigd in miljoenen huiskamers binnen. Wanneer je ongenodigd binnenkomt, heb ik altijd het idee dat je iets leuks moet hebben om naar te kijken. Ik geloof er heilig in dat reclame niet moet irriteren. Mijn criterium is altijd geweest dat ik het zelf ook leuk moet vinden. Daarmee bracht ik mezelf altijd in een heel moeilijke positie, maar het is wel belangrijk. Op het moment dat je iets bedenkt en dat gaat door, dan ben je zomaar drie maanden met zo’n filmpje bezig. Dan moet je er wel zelf achter staan.

En dat wisten ze bij Eyeworks ook?
Ik weet niet of ze dat daar wisten, maar ze vonden mijn scenario leuk. Ik zou dat ook eigenlijk gaan regisseren, tot ik eind december het verzoek kreeg naar een script van Martin van Waardenberg en Gerard Meuldijk te kijken. ‘Zou jij dat eens willen lezen, want we hebben het idee dat er een publieksfilm in zit, maar hoe zou jij dat dan doen?’, werd mij gevraagd. Ik las het script en vond de basis erg goed. Maar tegelijkertijd vond ik het ook niet goed genoeg voor de film die Eyeworks voor ogen had. Ik heb toen een aantal voorstellen en interpretaties geschreven. Dat was best heftig, want ik wilde van een komische milieuschets een mooi drama maken waar een heleboel om te lachen valt.

Wat heb je bijvoorbeeld veranderd ten opzichte van het originele scenario?
Het drama zat al in het script besloten, maar dat moest eruit, meer omhoog gehaald worden. De film gaat helemaal niet over een marathon en ook niet over Rotterdam. De film gaat over vriendschap, over het afzien en over het feit dat ze hun thuis hebben in die garage. Een soort veilige haven en die is in gevaar. Ik vond de arena waarin het zich afspeelt mooi. Die oude wijken en het familiebedrijf. Het garagebedrijf omsloten door allochtonen die allemaal bandenspecialist zijn geworden. Dat is hun wereld en het is van geen wonder dat ze het er daar zo over hebben, want zo is het. Die breekmomenten horen gewoon bij het leven. Het is niet altijd lachen.

Waren Martin en Gerard het eens met je opmerkingen?
Na vier dagen belde Eyeworks of ik een gesprek wilde hebben met Martin en Gerard in Rotterdam. Dus ik naar Rotterdam en het klikte. Ze hadden het gevoel dat ik begreep waar het in de film om draaide en dat ik Rotterdam begreep. Ik begrijp ook mensen als Martin, die dicht tegen de garagejongens aan zitten goed. Volkse mensen, maar ook een bepaalde kijk en een bepaalde manier van dingen benaderen. Rotterdammers komen heel ongenuanceerd over, maar ze zijn het niet. Het komt soms alleen een beetje rottig hun strot uit. Dat is de fout die je bij die film zou kunnen maken. Dat je, als die mensen het hebben over homo’s, allochtonen en vrouwen, daar bijna het predicaat racisme op zou leggen. Wat helemaal niet zo is.

Een buitenstaander stoort zich er aan, maar voor henzelf is het de normaalste zaak van de wereld?
Ja, dus ik vind dat je dat ook intact moet laten. Met zo’n film ligt het gevaar op de loer dat je alles eruit haalt wat politiek incorrect is. Maar goed, het klikte en Eyeworks vroeg of ik het wilde doen. Ik ging akkoord, mits ik mijn eigen cast en crew mocht samenstellen.

Wat zijn dingen waar jij tegenaan liep tijdens het maken van je eerste grote film?
De complexiteit. De film is bijna twee uur. Al die scènes hebben met elkaar te maken. De spanningsbogen van een akte en van een hele film. Ik moest iedere keer voor mezelf zorgen dat we overzicht bewaarden. Gelukkig helpen goede acteurs je daarmee, ze nemen je veel uit handen. Wanneer we al die scènes door elkaar opnamen, wisten zij exact waar we zaten. Zondag 15 april was een deadline, want ik wilde per se bij de marathon filmen. Daar lopen tienduizend man, negenhonderd figuranten, zeven acteurs, acht cameraploegen. Mijn cameraman Jeroen de Bruin is een ware architect geweest, hoe hij dat allemaal in beeld heeft gebracht. Maar de marathon is ook de laatste twintig minuten van de film. Dan heb je er al een half jaar voorbereiding opzitten. Daar moet je rekening mee houden. Je moet goed bedenken waar je zit en je moet voelen dat ze zes maanden ellende hebben doorgemaakt. Ik merkte dat ik dat ontzettend leuk vond. Dan was er punt twee waarvan ik me afvroeg of ik dat wel moest gaan doen: spelregie. In commercials haal je een goede Engelse acteur en het is actie wat ze doen, weinig dialoog. Hier had ik scènes. Bijvoorbeeld een verjaardag. Daar zit twaalf man. Hoe film je het zo dat je het idee hebt dat je midden in die verjaardag zit? Die verjaardagscène is een hele dag die scène opnemen. Uit allemaal verschillende hoeken, zodat ik straks het gevoel kan editen dat je er midden in zit. Een heftige scène waarin Kees, het personage van Frank Lammers, ermee kapt, wat Frank geweldig speelt.

Al zullen er vast mensen zijn die gaan vallen over de vele keren dat er ‘godverdomme’ geroepen wordt in die scène.
Nico (Marcel Hensema, red.) ontploft daar. Die heeft er naartoe geleefd. Nico ontploft daar, omdat Kees ermee kapt. Er wordt veel gevloekt en getierd, maar so be it. Nico excuseert zich ook na iedere ‘godverdomme’, dat is ook wel weer heel Rotterdams. Het is ook wel hun manier van praten. Toen ik door Martin en Gerard werd uitgenodigd in Rotterdam was het eerst: “hey Diederick, biertje?”, de tweede keer: “hey eikel, biertje?”, de derde keer: “paardenlul, biertje!?” Toen wist ik dat het goed zat.

Er zijn nog geen reacties geplaatst

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.